topmenu

Veelgestelde vragen

Algemeen

Moet je al ervaring hebben in de publieke dienstverlening of bij een gemeente om te kunnen starten?

Nee. Voor starters is er een startersmodule Burgerzaken waarin je in een notendop alle werkzaamheden leert die bij het werken bij Burgerzaken komen kijken. Bovendien ben je na deze startersmodule klaar voor alle overige modules op mbo-4 werk- en denkniveau uit het Diplomastelsel Burgerzaken. Voor een opleidingsadvies kun je het beste navraag doen bij de partneropleider waar je de modules wenst te gaan volgen.


Voor wie is het Diplomastelsel Burgerzaken van de NVVB PublieksAcademie?

Voor alle medewerkers in het vakgebied Burgerzaken en iedereen die te maken heeft met publieke dienstverlening. Ook managers kunnen bij de NVVB PublieksAcademie terecht om te kijken hoe zij hun team nog sterker en vaardiger kunnen maken (met behulp van de KennisScan bijvoorbeeld).


Welke voordelen biedt de NVVB PublieksAcademie mij?

Het Diplomastelsel Burgerzaken van de NVVB PublieksAcademie bestaat uit los te volgen modules of een set aan modules die leidt tot een bepaald diploma. Zo kun jij kiezen wat het beste bij jou past. Verder werkt de NVVB samen met partneropleiders die de modules uit het Diplomastelsel verzorgen en waarbij jij zelf een keuze maakt bij wie je de modules volgt. Je krijgt een NVVB certificaat voor iedere module die jij behaalt en een NVVB diploma indien je de daartoe benodigde modules en/of puntenaantal hebt behaald. Onze examens staan onder toezicht van de Stichting Examenkamer, waardoor wij voldoen aan de Behoorlijke Beginselen van Examineren.


Wat voor diploma kan ik halen?

Bij de NVVB PublieksAcademie kun je certificaten halen, door het behalen van modules die voor jou relevant zijn. Je kiest ze dus zelf! Ook kun je – door het combineren van diverse modules – een NVVB-diploma halen op mbo-4 of hbo werk- en denkniveau.

Bekijk het moduleoverzicht.


Welke eisen zijn er voor het behalen van een diploma?

Het volgen van een vaardigheidsmodule is vereist om in aanmerking te komen voor een NVVB diploma. Bij elkaar moet je 25 punten behalen voor een Burgerzaken algemeen diploma op mbo-4 werk- en denkniveau en 39 punten voor een Burgerzaken algemeen diploma op hbo werk- en denkniveau. Elke module is gewaardeerd met punten, waarmee je bij elkaar tot het benodigde aantal studiepunten kunt komen voor een (algemeen) diploma. Je hebt hiervoor drie jaar de tijd.

Voor het behalen van een specialistisch diploma geldt een ander vastgesteld puntenaantal. Het aantal punten dat per specialisme geldt is:

  • Persoonsinformatiemanagement mbo-4: 36 punten en de vaardigheidsmodule Dienstverlening of Communicatie & conflicthantering tijdens huisbezoek
  • Persoonsinformatiemanagement hbo: 53 punten en de vaardigheidsmodule Adviesrapporten & beleidsvoorstellen
  • Identiteitsmanagement mbo-4: 25 punten en de vaardigheidsmodule Dienstverlening of Communicatie & conflicthantering tijdens huisbezoek
  • Identiteitsmanagement hbo: 39 punten en de vaardigheidsmodule Adviesrapporten & beleidsvoorstellen


Waarom zijn vaardigheden zo belangrijk binnen het Diplomastelsel Burgerzaken?

Werken aan jezelf is net zo belangrijk als het opdoen van kennis om mensen goed te kunnen helpen. En beschik jij persoonlijk wel over de juiste vaardigheden? Daar kom je achter tijdens de vaardigheidsmodules. Om een diploma van de NVVB te behalen is een vaardigheidsmodule daarom verplicht.


Wat zijn de kosten van de modules uit het Diplomastelsel Burgerzaken?

Informatie over de kosten van de modules kun je vinden op de websites van de diverse partneropleiders. Ook kun je voor meer informatie over data en locaties van de opleidingen van de modules contact met de partneropleiders opnemen.

Voor de kosten van de modules tegengaan ID-fraude, klik hier. Je kunt per module de kosten inzien.


Waarom biedt de NVVB exclusief de modules aan op het gebied van identiteitsfraude?

Er komen steeds meer mogelijkheden om identiteitsfraude te plegen. Dit brengt risico’s met zich mee en daarom heeft dit onderwerp grote aandacht van de overheid en werken overheidsdiensten samen bij de opsporing van deze fraude. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft gevraagd om extra aandacht te besteden aan de kennis- en vaardigheidsontwikkeling van medewerkers Burgerzaken. Daarom zijn in samenwerking met de specialisten op dit gebied, zoals de KMar, IND en AVIM, de modules op het gebied van identiteitsfraude exclusief ontwikkeld. Hiermee krijg je bijvoorbeeld toegang tot showcases en studiematerialen die niet te verkrijgen zijn bij reguliere opleiders, zoals het oefenen met ‘echte’ falsificaties van identiteitsdocumenten. De toestemming om deze materialen te gebruiken voor trainingsdoeleinden heeft alleen de NVVB van het OM gekregen, waardoor wij de enige partij zijn in Nederland die deze trainingen formeel mogen geven. Door het volgen van deze modules kunnen gemeenten aantonen dat ze goed voorbereid zijn om identiteitsfraude tegen te gaan.


Wanneer kan ik beginnen met de modules uit het Diplomastelsel Burgerzaken?

Voor de exacte start van de opleidingsdagen van de verschillende modules kun je kijken op de websites van onze partneropleiders SEGMENT, NCOD Opleidingen, Censor Bestuur, EvenWerkt!, SEP, Ocaro en MariënburgGroep.

Informatie over data en locaties van de opleiding ID- & Adresfraude is hier te vinden.


Wat wordt er bedoeld met gesloten vragen?

In veel toetsplannen van de NVVB PublieksAcademie staat dat de toets bestaat uit ‘gesloten vragen’. Wat zijn eigenlijk gesloten vragen? Dat is niet altijd een ‘multiple-choice-vraag’, waarbij één van de (vaak vier) antwoorden moet kiezen! Hieronder lichten we dat toe.

Een gesloten vraag is een vraag waarop slechts één antwoord (of hooguit enkele antwoorden) goed is. Het goede antwoord is van te voren altijd precies bekend en wordt vastgelegd in het toetssysteem. Gesloten vragen hebben hierdoor een groot voordeel ten opzichte van open vragen: zij worden automatisch door het toetssysteem nagekeken. Er is dus geen beoordelaar nodig, waardoor de correctie geen tijd kost en de kandidaat direct na afloop van een toets zijn resultaat ziet. De beoordeling is ook volledig objectief, want het handschrift van de kandidaat en het oordeel van de beoordelaar spelen geen rol.

We gebruiken binnen de NVVB PublieksAcademie de volgende gesloten vraagvormen:

  • Eén-uit-meer-vraag:de kandidaat moet één van de alternatieven kiezen. Er kunnen twee alternatieven zijn, maar ook drie, vier, vijf of meer. Er staan rondjes voor de alternatieven en de kandidaat kan maar één rondje per vraag aanvinken.
  • Ja/nee-vraag:dit is een één-uit-meervraag met twee vaste alternatieven: Ja en Nee.
  • Meer-uit-meervraag: de kandidaat moet allejuiste alternatieven kiezen. Er staan vierkantjes voor de alternatieven en de kandidaat kan meer vierkantjes per vraag aanvinken.
  • Rangschikvraag: de kandidaat moet de alternatieven via slepen of klikken in de juiste volgorde plaatsen.
  • Gelijke matchvraag: de kandidaat moet de sleepalternatieven via slepen of klikken bij het bijbehorende koppelalternatief plaatsen. Het aantal sleepalternatieven is hierbij gelijk aan het aantal koppelalternatieven.
  • Ongelijke matchvraag:de kandidaat moet de sleepalternatieven via slepen of klikken bij het bijbehorende koppelalternatief plaatsen. Het aantal sleepalternatieven is hierbij niet gelijk aan het aantal koppelalternatieven. Er blijven dus koppelalternatieven over of er moeten meer sleepalternatieven bij hetzelfde koppelalternatief worden geplaatst.
  • Eén-uit-meer hotspotvraag: de kandidaat moet de juiste plaats op een afbeelding of foto aanwijzen.
  • Meer-uit-meer hotspotvraag:de kandidaat moet alle juiste plaatsen op een afbeelding of foto aanwijzen.
  • Hotmatchvraag: De kandidaat moet één of meer koppelalternatieven (teksten of afbeeldingen) op de juiste plaats(en) op een afbeelding of foto plaatsen.
  • Invulvraag:De kandidaat moet het antwoord (een woord of getal) intypen.
  • Meervoudige invulvraag: De kandidaat moet in meerdere velden een antwoord (een woord of getal) intypen.

Er zijn dus veel vraagvormen mogelijk bij digitale toetsing via gesloten vragen. Een groot voordeel van de andere vraagvormen is dat gedeeltelijke scoring mogelijk is. Bij één-uit-meervragen krijgt een kandidaat altijd 0 of 1 punt per vraag. Bij andere vraagvormen worden ook deelscores toegekend aan antwoorden die gedeeltelijk goed zijn. Een kandidaat die drie van de vier juiste antwoorden heeft aangevinkt (of op de juiste plaats heeft gezet), krijgt een deel van het punt. Zijn score is hoger dan die van de kandidaat die slechts twee van de juiste antwoorden koos. Zo wordt de kennis van de kandidaat preciezer getoetst.

Behalve bij de één-uit-meer vraag vermelden we bij elke vraagvorm via een instructiezin zo duidelijk mogelijk wat de kandidaat moet doen. In de demotoets kun je voorbeelden zien van alle gesloten vraagvormen.

Naast gesloten vragen gebruiken we binnen de NVVB PublieksAcademie open vragen. Dit zijn vragen waarop het antwoord niet exact is vast te leggen. De kandidaat moet zelf een antwoord formuleren en een beoordelaar moet dat antwoord nakijken.


Wat wordt er bedoeld met cesuur?

De cesuur van een toets geeft aan waar de zak-/slaaggrens ligt. Oftewel: hoeveel punten je moet halen om een voldoende te halen. Op de toetsplannen van de NVVB PublieksAcademie is een cesuurpercentage vermeld. Dit percentage is per toets verschillend. De cesuur kan bijvoorbeeld 67% zijn, maar ook 70%. Hieronder lichten we dit toe.

Wat betekent het cesuurpercentage?

Het cesuurpercentage geeft aan welk percentage van het maximaal aantal te behalen punten je moet halen om te slagen. Als je 70% van 40 punten moet halen, dan is dat dus 0,70 x 40 punten = 28 punten.

De meeste gesloten vragen zijn bij de NVVB 1 punt waard. Bij een toets met 40 gesloten vragen, kun je dus maximaal 40 punten halen. Sommige vragen (bijvoorbeeld meer-uit-meervragen, rangschikvragen of matchvragen) kun je ook gedeeltelijk goed beantwoorden, wat je bijvoorbeeld ½ of ¼ punt oplevert.

Hoe komt het cesuurpercentage tot stand?

Bij de toetsen van de NVVB combineren we een cesuur van 55% met de kansscore van de toets. Elke gesloten vraag heeft een eigen gokkans. Bij een ja/nee-vraag is de gokkans bijvoorbeeld 50%, bij een vraag met vier antwoordmogelijkheden is de gokkans 25%. Door de gokkans van de vragen in de toets op te tellen, kunnen we de kansscore van een toets berekenen. De kansscore hangt dus af van het aantal antwoordmogelijkheden van de vragen die zijn opgenomen in de toets.

Stel dat de kansscore van een toets met 40 vragen op 38% ligt. Dat betekent dat de kandidaat door elke vraag te gokken al 38% van de vragen goed zou kunnen hebben. Er blijft dan nog 100% – 38% = 62% van de toets over. Voor dat gedeelte geldt de cesuur van 55%. Van de ‘resterende vragen’ in de toets moet de kandidaat dus ook minimaal 55% goed beantwoorden. Dat is: 0,55 x 62% = 34,1%.

We tellen dit percentage op bij de kansscore van de toets:

38% (kansscore van de toets) + 34,1% (cesuur voor het ‘resterende’ deel van de toets) = 72,1%.

Hoe zit het bij examens met verschillende onderdelen?

Bij sommige modules bestaat het examen uit verschillende onderdelen. Op het toetsplan is vermeld hoe deze onderdelen zich tot elkaar verhouden. Onderlinge compensatie tussen de onderdelen is toegestaan. Het is dus niet noodzakelijk om voor elk afzonderlijk onderdeel een voldoende te behalen.


Ik heb dyslexie, krijg ik extra tijd?

Een kandidaat met dyslexie dient voorafgaand aan het examen aan de NVVB PublieksAcademie een verklaring te overleggen, waaruit blijkt dat hij/zij recht heeft op extra tijd (een dyslexieverklaring). Stuur de verklaring per mail naar publieksacademie@examenadviesburo.nl.


Zijn behaalde punten op mbo werk- en denkniveau uitwisselbaar voor behaalde punten op hbo werk- en denkniveau?

Nee. Behaalde punten voor modules op mbo werk- en denkniveau kunnen niet uitgewisseld worden met behaalde punten op hbo werk- en denkniveau. Kijk hier voor meer uitleg over de puntentelling.


Hoelang is een diploma/certificaat geldig?

Een diploma dient binnen drie jaar te worden behaald met de daarvoor benodigde certificaten. Een certificaat blijft drie jaar geldig. Een diploma blijft altijd geldig.